Aanvalsplan Grutto

Aanvalsplan Grutto

De grutto is een beschermde inheemse diersoort en staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Het aantal broedparen van de grutto is in Nederland sinds 1990 gedaald van 100.000 naar 35.000. In het voorjaar van 2018 zijn er maar 6500 jonge grutto’s geboren, terwijl de dubbele aantallen nodig zijn om de populatie grutto’s in Nederland in stand te houden. Het Aanvalsplan Grutto moet de grutto helpen om er weer boven op te komen. Het aanvalsplan stelt voor om de kerngebieden te vergroten, het waterpeil tijdens het broedseizoen omhoog te brengen, het agrarische landgebruik aan te passen en maatregelingen tegen predatoren in te zetten.

Fryslân als broedkamer

De grutto is een trekvogel die tussen februari en maart aankomt in Nederland vanuit het zuiden.  Ze trekken naar Nederland om te broeden in de weidegebieden. Ongeveer 85 procent van de wereldpopulatie grutto’s broedt in Nederland. Fryslân is de kraamkamer van de grutto omdat twee derde van de grutto’s hier broedt. In Fryslân zijn er dan ook veel potentiele weidevolle kerngebieden voor het aanvalsplan. Onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben 131 gebieden (in Noord-Nederland) in kaart gebracht waar de gruttodichtheid hoog is en de omstandigheden kansrijk zijn voor het Aanvalsplan Grutto.

Aanvalsplan maatregelen

De vier genoemde maatregelen moeten worden toegepast worden in de gebieden die de beste kansen bieden voor de grutto. “Veel van deze weidegebieden zijn op het land van boeren. Daarom is het van belang dat boerenland minder intensief beheerd wordt, zodat er meer voedsel en overlevingskans is voor de grutto” verteld Pieter Winsemius, oud- minister Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het aanvalsplan werkt het ideaalst als alle vier de maatregelen gecombineerd worden.

Grotere kerngebieden

Grutto’s broeden met voorkeur in weidegebieden rond natuurgebieden. Deze weidegebieden zijn vaak in omvang te klein. De omvang van één ideaal broedgebied moet 1000 hectare open terrein zijn waarvan 200 hectare voldoende begroeiing moet hebben voor de jonge vogels om in te schuilen. De broedgebieden van 1000 hectare moeten ook zo min mogelijk verstoord worden.

Waterpeil verhogen

Het waterpeil moet verhoogd worden in het vroege voorjaar naar maximaal 10 tot 20 centimeter onder het maaiveld. De weidelandgebieden in Fryslân zijn echter ´overgedimensioneerd´ door te diepe drooglegging, ook zijn er vele sloten gedempt. Het waterpeil verhogen is van groot belang voor het creëren van meer voedselaanbod voor de grutto’s. De trekvogels kunnen zich dan bijvoeden met vette wormen uit de natte grond.

Aangepast agrarisch beheer

In een gruttonest liggen gemiddeld vier eieren waarvan minimaal één moet uitvliegen om de gruttostand te behouden. Om dit aantal te verwezenlijken moet de begrazing van vee worden verminderd. Het gebruikelijke aantal 2,5 koeien per hectare moet dalen naar 1 koe per hectare om het te verwerkelijken. Ook kan er niet gemaaid worden tot half juni, zodat de jongen beschut kunnen zitten in het hoge gras. En als laatste moet het injecteren van drijfmest verboden worden, dit droogt namelijk de bodem uit en dood alle bodemdieren (wormen) die als voeding dienen.

Maatregelen tegen predatoren

Buiten de bovenstaande problemen gecreëerd door mensen, is de natuur zelf ook niet altijd even behulpzaam. Want het aantal predatoren (buizerds, ooienvaars, hermelijnen, katten) die de gruttonesten leegeten neemt toe. Er moet een actief predatoren beheer komen waarbij de omgeving wordt afgezet met een stroom omheining. Ook moeten er zo min mogelijk uitkijkposten gecreëerd worden voor de roofvogels. Zodat de grutto’s veilig kunnen broeden en opgroeien.