5 boeren in de spotlight – Kim de Jager

5 boeren in de spotlight - Kim de Jager

Van tuin naar gemeenschap: hoe Yn'e Sinne farm voedsel weer persoonlijk maakt

Op de Leppedyk in Grou landschap groeit Yn’e Sinne farm uit tot meer dan een plek waar groenten worden geteeld. Wat begon als een regeneratieve tuin, is inmiddels een levendige gemeenschap rondom voedsel, bodem en verantwoordelijkheid. Kim de Jager, partner van tuinder Joël, staat midden in die ontwikkeling. Achter de schermen houdt zij zich bezig met alles wat nodig is om de tuin draaiende te houden en vooruit te brengen.

“Ik doe eigenlijk alles wat niet met de tuin te maken heeft,” zegt Kim met een glimlach. Van boekhouding tot communicatie en uitbreidingsplannen: het werk groeide vanzelf. In het hoogseizoen is ze ook regelmatig op het land te vinden. “Daar word ik gewoon heel gelukkig van.”

Voedsel op basis van vertrouwen

Y’ne Sinne farm werkt als een CSA: Community Supported Agriculture. Dat betekent dat leden vooraf een oogstaandeel nemen en hun groenten direct van de tuin halen. Op dit moment telt de tuin zo’n tweehonderd leden, met de ambitie om dat aantal de komende maanden verder te laten groeien.

Het systeem is bewust eenvoudig gehouden. “Je geeft op met hoeveel volwassenen en kinderen je bent, en daar komt een aantal oogsteenheden uit,” legt Kim uit. “Daarvoor pak je wat je die week nodig hebt.” Het vraagt vertrouwen, maar dat vertrouwen blijkt goed te werken. “Mensen moeten in het begin even zoeken. Soms nemen ze te veel mee, soms te weinig. Maar als je merkt dat je eten weggooit, word je daar vanzelf niet blij van.”

Naast de leden is de tuin ook toegankelijk voor andere bezoekers via de boerderijwinkel. Lid zijn mag, maar hoeft niet. “We willen geen drempels opwerpen.”

Mee doen mag, niets moet

Lid zijn van Yn’e Sinne farm betekent niet automatisch meehelpen op het land. Die keuze is bewust. “We hebben het al druk genoeg,” zegt Kim nuchter. “Voor sommige mensen is het gewoon fijn om hier hun groenten te halen, en dat is helemaal oké.”

Tegelijkertijd ontstaat betrokkenheid vaak vanzelf. Binnen de ledengroep blijkt veel kennis te zitten: van architecten tot financieel adviseurs. “Nu we uitbreidingsplannen hebben, zie je dat mensen zich aanbieden. Niet omdat het moet, maar omdat ze willen bijdragen.”

Vanaf dit jaar komt daar ook meer fysieke betrokkenheid bij, met onder andere een bloemenpluktuin en mogelijk zelfoogst van aardbeien. “Dat soort dingen zorgen voor binding met de plek.”

Bio++: werken met de natuur mee

De manier van telen op Yn’e Sinne farm laat zich niet vangen in één label. Kim noemt het zelf “Bio++”. Alles gebeurt volledig in samenwerking met de natuur: zonder kunstmest, zonder chemische middelen. De basis ligt in permacultuur, maar de praktijk is vooral regeneratief.

“Joël doet elk jaar bodemonderzoek,” vertelt Kim. “Dan kijk je: wat mist er, wat is er te veel?” De bodem wordt gevoed met groenbemesters, gewasrotatie en het voortdurend verhogen van organische stof. “We zeggen wel eens: we zijn eigenlijk bodemboeren.”

Die focus is essentieel, want volgens Kim begint gezonde voeding bij gezonde grond. “Als de bodem geen mineralen heeft, krijgen de planten ze ook niet. En dan eten wij uiteindelijk lege hulsjes.”

“We zeggen wel eens: we zijn eigenlijk bodemboeren.”

Kim de Jager

Te weinig grond voor het hele jaar

Een van de grootste uitdagingen is ruimte. Yn’e Sinne farm is jaarrond open, wat betekent dat er ook in de winter aanbod moet zijn. “Wintergroenten staan soms acht maanden op het land,” legt Kim uit. “Die ruimte hebben we nu eigenlijk nodig voor zomer- en najaar gewassen.”

In de winter wordt daarom soms aangevuld met groenten van andere boeren uit de regio, altijd binnen vijftig kilometer. “Boeren die het echt onder de knie hebben.” Toch is dat een tussenoplossing. De echte wens is uitbreiding, zodat de tuinmeer zelfvoorzienend wordt.

Groei mét de omgeving

Die uitbreiding is in voorbereiding, maar niet zonder weerstand. “In de buurt leven zorgen,” zegt Kim eerlijk. “Dat is lastig, want we doen dit juist voor de gemeenschap.” Samen met gemeente en provincie wordt daarom ingezet op participatie. Omwonenden worden uitgenodigd om mee te denken over de plannen: waar komen gebouwen, hoe blijft het prettig voor iedereen?

“We willen iets neerzetten dat bijdraagt aan een mooiere gemeenschap en een mooi Friesland,” zegt Kim. “Mensen moeten zich gehoord voelen.”

Dicht bij je voedsel

De band met de leden is sterk. Ze zien het team werken op het land, krijgen wekelijks een nieuwsbrief en weten hoeveel arbeid er in hun eten zit. “Dat zorgt voor veel waardering,” merkt Kim. Enquêtes bevestigen dat gevoel. “Mensen voelen dat dit belangrijk is. Dat ze dichter bij hun voedsel en bij de natuur staan.”

Toch brengt groei ook vragen met zich mee. Hoe behoud je die persoonlijke verbinding als het aantal leden verdubbelt? “Daar zijn we ons heel bewust van,” zegt Kim. De communicatie blijft persoonlijk, het team blijft zichtbaar en straks liggen tuin en winkel op één plek. “Je loopt straks langs de aardbeien en de bloemen, ziet de tuin, ziet ons aan het werk. Dat helpt.”

Een persoonlijke drijfveer

Voor Kim is de motivatie ook heel persoonlijk. Sinds de geboorte van haar zoontje is het besef alleen maar sterker geworden. “Ik ben zelf opgegroeid zonder echt te weten waar mijn eten vandaan kwam,” zegt ze. “Ik wist niet eens hoe spruitjes groeiden.”

Die verwondering wil ze doorgeven. “Dit gun je ieder kind. Dat je weet waar je voedsel vandaan komt, dat je die verbinding voelt.” Het gaat haar niet alleen om kennis, maar om gevoel. “Voedsel is zo fundamenteel.”

“Dit gun je ieder kind. Dat je weet waar je voedsel vandaan komt, dat je die verbinding voelt.”

Kim de Jager

Voedsel weer op één

Wat Kim hoopt dat bezoekers meenemen? Rust, verbinding en herwaardering. “In de supermarkt is het: hoi, twintig euro, doei. Hier mag het vertragen.” Een rondje over de tuin, een praatje bij de koffietafel, verse oogst meenemen. “Dat doet iets.”

Ze ziet hoe voedsel naar de achtergrond is verdwenen, terwijl luxe en spullen voorop zijn komen te staan. “Voedsel is goedkoop geworden, en dat vinden we normaal. Maar het is je gezondheid. En de gezondheid van de bodem.” Volgens Kim mag dat weer op één staan. “Goed voedsel kunnen verkrijgen is belangrijker dan de nieuwste telefoon kopen.”

Hoop voor Friesland

Als Kim één wens mag uitspreken voor de Friese landbouw, dan is het dat de korte keten slaagt. “Er wordt zo hard aan gewerkt. Door boeren, door initiatieven, door mensen die erin geloven.” Ze hoopt dat die energie de mensen bereikt. “Dat lokaal voedsel echt een plek krijgt.”

Op Yn’e Sinne farm groeit ondertussen niet alleen groente, maar ook iets groters: een gemeenschap die laat zien dat voedsel weer persoonlijk kan zijn.

Wil je meer weten over Yn'e Sinne farm? Neem een kijkje op de website.