5 boeren in de spotlight – Pyt Sibma

5 Boeren in de spotlight - Pyt Sibma

Van bodem tot bord: waarom Pyt kiest voor biologisch-dynamische landbouw

Op het Friese platteland runt Pyt (52) samen met zijn vrouw Rika een biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf dat veel meer is dan alleen een plek waar voedsel wordt geproduceerd. Het bedrijf, Timpelsteed, dat al sinds 1933 in de familie is, combineert akkerbouw met natuurbeheer, een boerderijwinkel en een zorgfunctie. Waar veel collega-boeren kozen voor schaalvergroting en intensivering, bewandelde Piet bewust een andere weg. Zijn keuze is er een van vakmanschap, bodemgezondheid en directe verbinding met de consument.

Pyt is letterlijk geboren op de plek waar hij nu woont en werkt. “Dit is de plek waar ik geboren ben, nu mijn woonkamer” zegt hij nuchter. Toch was het boerenbestaan geen vanzelfsprekendheid. Toen hij jong was, nam hij zich voor géén boer te worden. Uiteindelijk nam hij het bedrijf toch over, maar wel onder één voorwaarde: niet op de gangbare manier. “Steeds meer kunstmest en gif gebruiken, dat kon ik gewoon niet.”

Van gangbaar naar biologisch-dynamisch

Toen Pyt het bedrijf overnam, stond hij voor een fundamentele keuze. Grootschalige landbouw met hoge opbrengsten leek financieel aantrekkelijk, maar paste niet bij hem, en bovendien zijn zulke opbrengsten in Noord-Nederland lastig te behalen. Biologische landbouw sprak hem meer aan, vooral vanwege het vakmanschap en de ruimte voor eigen keuzes. Toch voelde ook dat niet volledig.

“Biologisch was leuk, maar ik miste nog iets,” vertelt hij. “Eigen ontwikkeling, verdieping, passie.” Die vond hij uiteindelijk in de biologisch-dynamische landbouw. Deze vorm gaat een stap verder dan biologisch: minder input, werken met zaadvaste rassen in plaats van door de industrie ontwikkelde hybrides, en veel aandacht voor voedselkwaliteit. Maar bovenal gaat het om een andere manier van kijken. “Niet alleen produceren, maar landbouw bedrijven vanuit de mens.”

De bodem als levend ecosysteem

De kern van Pyts bedrijfsvoering ligt onder de grond. De bodem is voor hem geen substraat, maar een levend ecosysteem. “In de bodem zit voor het gewicht van zes koeien per hectare aan bodemleven,” legt hij uit. Wormen, schimmels en bacteriën vormen samen een complex netwerk dat bepalend is voor de gezondheid van gewassen én mensen.

In één eetlepel grond zitten meer organismen dan mensen op aarde. Die gedachte fascineert Piet. “Als je daar zorgvuldig mee omgaat, kun je echt verschil maken.” Sinds hij in 2008 omschakelde naar biologisch, ziet hij de bodem steeds vitaler worden. Tegelijkertijd benadrukt hij dat er nog veel te leren valt.

Volgens Pyt worden bacteriën en schimmels vaak onterecht gezien als iets slechts. “Terwijl de meeste juist essentieel zijn. Het gaat om balans. Net als in de samenleving.”

“Je kunt stikstof meten, fosfaat meten, maar geen smaak, geen liefde en geen duurzaamheid.”

Pyt Sibma

Geen verschil aan de oppervlakte

Wie langs de akkers rijdt, ziet op het eerste gezicht weinig verschil met gangbare landbouw. En dat is precies de bedoeling. “Als het goed is, zie je geen verschil,” zegt Pyt. Zijn land is net zo groen – soms zelfs groener – maar met veel minder input. Kunstmest noemt hij “vals spelen”, vergelijkbaar met sporters die anabolen gebruiken.

Het echte verschil zie je pas als je gaat graven. En zelfs dan is veel moeilijk meetbaar. “Je kunt stikstof meten, fosfaat meten, maar geen smaak, geen liefde en geen duurzaamheid.” Niet alles laat zich vangen in cijfers, vindt hij. “Soms moet je dingen ook een beetje wazig laten.”

Die visie vertaalt zich ook in praktische keuzes. Pyt werkt met kleinere trekkers, omdat zware machines de bodem verdichten. Hij koos er bewust voor niet steeds groter te worden. Met zestig hectare heeft hij genoeg werk. “Ik vind het jammer dat alles maar groter moet.”

Een landschap dat leegloopt

De schaalvergroting heeft zichtbare gevolgen voor het platteland. In het dorp waar Pyt opgroeide, waren vroeger 24 boeren. Nu zijn dat er nog vier. “Dat gaat razendsnel,” zegt hij. Boerderijen verdwijnen, worden opgekocht of krijgen een andere functie. Voor Pyt is dat meer dan een statistiek: het raakt aan de leefbaarheid van het landschap en de gemeenschap.

Korte ketens en eigen afzet

Een belangrijk onderdeel van Pyts bedrijfsmodel is de korte keten. Hij heeft een boerderijwinkel en verkoopt zijn producten zoveel mogelijk direct aan consumenten en lokale partners. Die keuze kwam niet uit luxe, maar uit noodzaak. In de beginjaren van de biologische landbouw gingen veel producten naar Duitsland en Engeland, omdat de Nederlandse markt nauwelijks wilde betalen.

Een keerpunt kwam toen een handelaar plotseling een schuur vol wortelen niet meer wilde afnemen. “Toen ben ik zelf afzet gaan organiseren,” vertelt Pyt. Dat was lastig, maar uiteindelijk succesvol. “Het heeft me dichter bij de consument gebracht.”

In de boerderijwinkel draait het om vakmanschap en eenvoud. Groenten worden niet onnodig gewassen, aardappelen niet in plastic verpakt. “Waarom zou je dat doen als het product van zichzelf al goed is?”

Kritiek op verspilling en supermarkten

Pyt is uitgesproken kritisch over voedselverspilling. Kromme wortels die worden afgekeurd, gewassen groenten die in plastic snel bederven, hij begrijpt het niet. “We gooien enorm veel weg om esthetische redenen.”

Zijn kritiek reikt verder dan verspilling alleen. Supermarkten spelen volgens hem een centrale rol in een ongezond voedselsysteem. “Ze verkopen vooral meuk. Mensen denken dat het normaal is om elke dag chips te eten, en vinden het gek dat ze ziek worden.”

Hij wijst op de gevolgen: obesitas, chronische ziektes en hoge zorgkosten. “Er gaan meer mensen dood aan suiker dan aan drugs,” stelt hij scherp. Gezondheid is volgens Piet onlosmakelijk verbonden met wat we eten – lichamelijk én geestelijk.

Hoopvolle toekomst

Toch is Piet geen zwartkijker. Hij ziet kansen, vooral in de verschuiving naar meer plantaardige eiwitten en in de groei van lokale voedselnetwerken. Hij gelooft dat boeren niet alleen betaald zouden moeten worden voor voedsel, maar ook voor biodiversiteit, landschap en natuurbeheer. “Als je dat eerlijk meerekent, kan gezond eten ook goedkoper worden.”

De toekomst van zijn eigen bedrijf stemt hem voorzichtig hoopvol. Zijn oudste dochter is bezig met duurzaamheid en wil haar trekkerrijbewijs halen. Misschien staat over tien jaar een volgende generatie op het erf. “Mijn opa begon hier in 1933. Het zou mooi zijn als het verhaal doorgaat.”

Consument als sleutel

Volgens Piet ligt de sleutel uiteindelijk bij de consument. “We hebben niet per se meer biologische boeren nodig, maar meer biologische consumenten. Dan volgt de boer vanzelf.” Hij pleit voor herwaardering van voedsel: weer trots zijn op een aardappel of een wortel, tijd nemen om te koken en samen te eten.

“Eten is geen vulling,” zegt hij. “Het is waarde.”

“Eten is geen vulling , het is waarde”

Pyt Sibma

Wil je meer weten over Pyt en zijn bedrijf? Neem dan een kijkje op zijn website: