Defensiegereedheid vraagt om een houdbaar besluit
26 augustus 2026
Defensiegereedheid vraagt om een houdbaar besluit

Het kabinet wil Defensie meer ruimte geven om te oefenen en trainen. Daarvoor ligt bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor de Wet op de defensiegereedheid. Het ontwerp-Besluit defensiegereedheid fysieke leefomgeving (Bdfl) regelt wanneer en onder welke voorwaarden voor militaire activiteiten van bestaande regels kan worden afgeweken. Het ontwerp lag deze zomer ter consultatie. De twaalf provinciale Natuur en Milieufederaties hebben daarop gezamenlijk gereageerd.
Het besluit verruimt de mogelijkheden voor verschillende militaire activiteiten, waaronder laagvliegen met helikopters, schietoefeningen, activiteiten bij duisternis en het oefenen met drones. De Natuur en Milieufederaties erkennen dat Defensie voldoende ruimte nodig heeft om te oefenen en trainen. De vraag is hoe die extra ruimte wordt georganiseerd. Onze belangrijkste zorg is dat het ontwerp al vergaande uitzonderingen mogelijk maakt, terwijl belangrijke informatie om de noodzaak en de gevolgen voor natuur, leefomgeving en omwonenden te beoordelen nog ontbreekt.
Maak eerst de onderbouwing compleet
Bij de consultatie waren belangrijke onderzoeken naar de gevolgen voor natuur en milieu nog niet beschikbaar, waaronder de passende beoordeling en relevante milieueffectbeoordelingen. Daardoor is nog niet goed te beoordelen wat de maximale ruimte uit het besluit betekent voor beschermde natuur en soorten, hoe verschillende effecten zich opstapelen en welke alternatieven of maatregelen nodig zijn. Wij vragen daarom niet om de plannen voor een beter voorbereide krijgsmacht stil te zetten, maar om het besluit af te maken voordat het wordt vastgesteld. De ontbrekende onderzoeken moeten beschikbaar komen en belanghebbenden moeten de kans krijgen daarop te reageren. Ook moet per activiteit en locatie duidelijk worden hoeveel extra ruimte daadwerkelijk nodig is en waarom de bestaande mogelijkheden niet voldoende zijn.
Kijk naar de totale belasting van een gebied
Militaire activiteiten staan in de praktijk niet los van elkaar. In één gebied kunnen bijvoorbeeld laagvliegen, helikopterbewegingen, nachtelijke activiteiten, drones en schietoefeningen samenkomen, naast effecten van stikstof, licht en geluid. Daarom vragen we om niet alleen iedere activiteit afzonderlijk te beoordelen, maar ook te kijken naar de totale belasting van een gebied. Waar uit de ecologische beoordeling blijkt dat dit nodig is, moeten vooraf duidelijke grenzen worden gesteld, bijvoorbeeld aan oefenperioden, vliegroutes, vlieghoogten en de maximale belasting.
Baseer de ruimte op wat aantoonbaar nodig is
De extra ruimte voor Defensie moet aansluiten bij wat daadwerkelijk nodig is. Per activiteit en locatie moet daarom duidelijk zijn welk concreet knelpunt met de extra ruimte wordt opgelost en waarom de mogelijkheden binnen de bestaande regels niet volstaan.
Tijdelijke uitzonderingen moeten bovendien echt tijdelijk blijven. Ook moet worden gevolgd hoe de extra ruimte daadwerkelijk wordt gebruikt en wat daarvan de gevolgen zijn, zodat kan worden bijgestuurd wanneer dat nodig is. Daarbij is kennis uit de gebieden belangrijk: van provincies en gemeenten tot terreinbeheerders, Natuur en Milieufederaties en andere gebiedspartijen. Defensie moet de ruimte krijgen die aantoonbaar nodig is om goed te kunnen oefenen en trainen. De opgave is om die ruimte zo te organiseren dat ook natuur, een gezonde leefomgeving en de belangen van omwonenden volwaardig worden meegewogen. Dat vraagt om goede keuzes vooraf, duidelijke grenzen waar die nodig zijn en de mogelijkheid om bij te sturen als de praktijk daarom vraagt.