NL2120 – it is mei sizzen net te dwaan #2
7 juli 2026
NL2120 – it is mei sizzen net te dwaan #2
met praten alleen bereik je niets (soms moet je dingen uitproberen)
Column door Aliena van der Hout, projectleider NL2120 Veenweidegebied pilot
Terwijl het water langzaam door het koffiefilter heen druppelt, mijmer ik erover dat koffie en de sterkte ervan een mooie metafoor is voor hoe iets als ‘goed’ beoordeeld wordt. De één heeft het liefst versgemalen bonenkoffie uit de automaat, de ander is gek met de good old filterkoffie. Daarnaast kunnen er hele discussies zijn over de sterkte van lekkere koffie.
Binnen het consortium van NL2120 wordt gewerkt aan ‘natuurlijke oplossingen’. Maar wat zijn dat nu eigenlijk?
Wanneer ik de definitie van onze internationale natuur- en milieu collega IUCN aanhoud, dan zijn nature-based solutions “maatregelen om (semi-) natuurlijke ecosystemen te beschermen, duurzaam te beheren en te herstellen, om op een effectieve en adaptieve manier maatschappelijke uitdagingen aanpakken, ten bate van de mens en natuur”. Bekende voorbeelden in Nederland zijn de zandmotor en ruimte voor de rivier.
Voor NL2120 geldt dat er gezocht wordt naar het implementeren van nature-based solutions bij vijf landschapstypen, namelijk kust, zand, rivier, stad en veen. Als onderdeel van laatstgenoemde draait er een grootschalige pilot in Friesland in de VIP Hegewarren en bij Akkrumer Goedland waarbinnen geëxperimenteerd wordt met het omhoog brengen van het grondwaterpeil. Hierbij wordt onderzocht hoe dit bijdraagt aan verminderde emissies en wat dat betekent voor het landgebruik. Ook wordt onder andere gemonitord welke invloed grondwaterpeilverhoging heeft op natuur en milieu, en wordt gekwantificeerd wat het verhogen betekent voor het verdienvermogen van agrariërs in deze gebieden.
De waarde van deze pilot zit hem erin dat bij VIP Hegewarren als onderzoekslocatie zonder groot risico kan worden uitgetest wat succesvol is en wat minder goed werkt. Bij Akkrumer Goedland worden de geleerde lessen uit de Hegewarren meegenomen en geïmplementeerd in de bedrijfsvoering van agrariërs. Hier is wél sprake van een zelfdragend risico voor de groep samenwerkende boeren die onderdeel zijn van het landgoed. Interventies komen hiermee al heel dichtbij de waarheid te staan.
Deze pilot van NL2120 geeft waardevolle informatie over wat wel, en wat níet werkt. Over hoe een toekomstig boerenbedrijf eruit kan zien en hoe er dan geld verdiend wordt. Want ook dat is een doel van het consortium; dat gebieden met veengrond een substantiële bijdrage blijven leveren aan het verdienvermogen van Nederland. Wat mij betreft komt hier ook een stukje ‘ten bate van de mens’ om de hoek kijken. Want wat als geboekte winst pas écht winst is wanneer er sprake is van een oprecht samenwerken met elkaar, ook als dat lastig is? Wat als winst ook uitgedrukt kan worden in een “natuurlijke omgang” met elkaar? Is dat dan misschien ook onderdeel van natuurlijke oplossingen?
De koffiepot pruttelt nog wat lucht, ik schrik op uit mijn gedachten. De koffie is klaar. In die paar minuten dat ik erop stond te wachten ben ik er nog niet over uit welke oplossing nu voor iedereen goed kan zijn. Wat de toekomst precies brengt en er precies uitziet, it is mei sizzen net te dwaan. Dat vraagt goed onderzoek en een duidelijke richting. Maar ook oog hebben voor elkaar, met een open blik.
Want wat ik wel weet is dat koffie het beste smaakt als je het gemoedelijk samen drinkt.
Hartelijke groeten,
Aliena van der Hout
Projectleider NL2120 Veenweidegebied pilot
In contact komen met Aliena? Dat kan via:
Aliena van der Hout
Projectleider toekomstbestendige Verdienmodellen voor veehouders in het Friese Veenweidegebied