Terugblik | FMF Akademy GroenLunch: Kan Fryslân de afname van biodiversiteit nog keren?
28 mei 2026

Terugblik | FMF Akademy GroenLunch: Kan Fryslân de afname van biodiversiteit nog keren?
Werken aan de basis voor biodiversiteitsherstel
Tijdens de FMF Akademy GroenLunch doken we in de Friese uitwerking van de BKN (Basiskwaliteit Natuur): ‘Naar een Friese BKNL’ (Basiskwaliteit Natuur en Landschap). Dennis Worst van Landschapsbeheer Friesland en Marion Brongers van Altenburg & Wymenga namen ons mee in de vraag hoe Fryslân de afname van biodiversiteit kan keren door te werken aan de basiscondities voor algemene soorten planten en dieren. Het rapport laat zien wat er mogelijk is. De methodiek biedt politiek en beleid, maar ook organisaties, initiatieven en burgers, handvatten om te werken aan natuur, biodiversiteit en landschap.
De Friese BKNL is opgesteld in opdracht van Provinsje Fryslân. Landschapsbeheer Friesland bracht daarbij de landschapshistorische kennis en projectcoördinatie in, Altenburg & Wymenga de landschapsecologische kennis en Werkend Landschap verzorgde vormgeving en verbeelding. Het resultaat bestaat uit drie producten: een hoofdrapport, een werkwijzedocument en een uitgebreide tabel met onder meer landschapsindeling, landschapselementen, gidssoorten, beheer, inrichting en een aanzet tot kwantificering.
Waarom basiskwaliteit natuur?
Basiskwaliteit Natuur gaat over de minimale condities die nodig zijn om algemene soorten algemeen te houden, of weer algemeen te maken. Dat klinkt bescheiden, maar juist daarin zit de urgentie. Veel soorten die ooit vanzelfsprekend waren in ons landschap, zijn dat niet meer. De lijn van achteruitgang moet worden gestabiliseerd en, waar mogelijk, weer omhoog.
In de presentatie werd duidelijk dat BKNL niet alleen over losse soorten gaat, maar over het geheel van landschap, milieucondities en beheer. Een gezonde bodem, schoon water, voldoende natuurlijke elementen zoals sloten, bermen, perceelranden, houtwallen en singels, én beheer dat biodiversiteit ondersteunt, vormen samen de basis.
De verschuivende basislijn (shifting baseline)
Een belangrijk begrip tijdens de lezing was de zogenoemde shifting baseline, de verschuivende basislijn. We wennen aan een landschap dat steeds armer wordt, simpelweg omdat veel mensen het rijkere landschap van vroeger en de soorten daar nooit hebben gekend. Wat voor een bepaalde generatie normaal is, kan ecologisch gezien al een uitgeklede versie zijn van wat er ooit was.
Daarom kijkt de Friese BKNL niet alleen naar het heden, maar ook nadrukkelijk naar het verleden. Het landschap van vóór de grote schaalvergroting wordt gebruikt als inspiratiebron. Niet om terug te willen naar vroeger, maar om beter te begrijpen welke landschappelijke structuren, soorten en samenhangen bij Fryslân horen.
Zoals tijdens de lezing werd benoemd: als je niet weet wat er verloren is gegaan, mis je het ook niet. En als je het niet mist, handel je er ook niet naar.
Leren van het Friese landschap
De Friese BKNL bouwt voort op twee belangrijke vertrekpunten: de methodiek Mei it Ferline Foarút en Natuerlik Fryslân 2050. De eerste helpt om het landschap vanuit zijn geschiedenis te begrijpen. De tweede kijkt meer op systeemniveau: wat is er nodig om natuur en landschap weer beter te laten functioneren?
In de uitwerking is gekeken naar de Friese landschappen, waaronder: zand, veen, klei, wad en de bebouwde omgeving. Binnen die landschappen zijn oercultuurlandschappen en landschappelijke zones onderscheiden. Zo werd tijdens de presentatie ingezoomd op de Zuidelijke Wouden en Westergo. Beide gebieden hebben een heel eigen geschiedenis, opbouw en logica. Dat betekent ook dat de soorten er verschillen en dat maatregelen niet overal hetzelfde kunnen zijn.
Juist daar zit een belangrijke les: je kunt niet willekeurig ergens bloemen inzaaien en verwachten dat je daarmee het landschap herstelt. Effectieve maatregelen sluiten aan bij de logica van het landschap. Wat hoort hier van oudsher thuis? Welke structuren zijn verdwenen? Welke soorten vertellen ons iets over de natuurkwaliteit van het gebied? Wat hebben de soorten die er thuishoren nodig? En hoe kunnen we weer bouwen aan samenhang?
Gidssoorten wijzen de weg
Om de BKNL concreet te maken, wordt gewerkt met gidssoorten. Dat zijn soorten die iets zeggen over de kwaliteit van een landschap of landschapselement. Als het goed gaat met deze soorten, profiteren vaak veel andere soorten mee.
De gidssoorten zijn gekoppeld aan landschapselementen zoals houtwallen, singels, sloten, bermen, poelen, erven, akkers, graslanden, tuinen, dijken en vaarten. Ze helpen om de stap te maken van abstracte biodiversiteitsdoelen naar concrete keuzes in beheer en inrichting. Per oercultuurlandschap is een beperkte set gidssoorten gekozen. Daarbij is onder meer gekeken of soorten herkenbaar en aansprekend zijn, of ze een grotere groep soorten vertegenwoordigen en of ze passen bij het landschap.
Daarnaast is er gewerkt met ambassadeursoorten en bonussoorten. Een ambassadeursoort staat voor het ecologisch functioneren van een landschap als geheel. Een bonussoort stelt vaak hogere eisen aan zijn leefgebied en is daarmee, zoals in de presentatie werd genoemd, de kers op de taart.
De opgave vanuit de BKNL begint buiten natuurgebieden
Een belangrijk inzicht uit de GroenLunch was dat BKNL vooral gaat over de kwaliteit van het landschap buiten de bestaande natuurgebieden. Juist daar leven veel soorten die ooit gewoon waren, maar nu achteruitgaan. Denk aan het landelijk gebied, dorpen, erven, bermen, sloten en stadsranden.
De bebouwde omgeving is daarbij geen bijzaak. Ook dorpen en steden zijn onderdeel van het netwerk. Bomen, bermen, watergangen, bedrijventerreinen, tuinen en erven kunnen belangrijke schakels zijn voor soorten die voedsel, beschutting of verbinding zoeken. Zeker in de winter trekken sommige dieren juist richting de bebouwde omgeving. Ook daar liggen dus kansen om aan basiskwaliteit te werken.
Van rapport naar praktijk
Na de presentatie gingen de sprekers en aanwezigen met elkaar in gesprek. Daarbij kwam steeds dezelfde vraag terug: hoe zorgen we dat dit rapport niet op de plank belandt en dat er nu ook echt actie wordt ondernomen?
De Friese BKNL biedt geen blauwdruk die je overal hetzelfde kunt toepassen. Het is eerder een denklijn en handreiking. Kijk naar het landschap, begrijp de geschiedenis, herken de structuren en kies maatregelen die daarbij passen. Dat geldt voor beleid en gebiedsprocessen, maar ook voor boeren, terreinbeherende organisaties, gemeenten, dorpen en inwoners.
Voor beleid kan de BKNL helpen om keuzes concreter te maken. Voor dorpen en gebieden kan het rapport inspiratie geven om aan de slag te gaan met bermbeheer, erven, sloten, landschapselementen en verbindingen. Voor inwoners begint het soms al klein: inheemse beplanting die bij de streek hoort, minder maaien, niet klepelen, meer variatie in de tuin of op het erf, en beheer dat rekening houdt met bloei, dekking en voedsel voor soorten.
Wat schuurt?
In het gesprek kwam ook naar voren dat natuurherstel niet losstaat van bredere problemen. De kwaliteit van bodem, water en lucht is bepalend voor wat er ecologisch mogelijk is. Vervuiling, pesticiden, PFAS, voedselrijkdom, klimaatverandering en exoten kwamen allemaal voorbij. Exoten verdwijnen niet zomaar meer uit het systeem, maar vaak profiteren zij juist van omstandigheden die wij zelf hebben gecreëerd. De weerbaarheid van het landschap vergroten is daarom essentieel.
Ook de spanning tussen lange ecologische lijnen en korte beleidscycli werd benoemd. Landschap en biodiversiteit vragen om denken in tientallen jaren, terwijl politiek en beleid vaak in perioden van vier jaar werken. Juist daarom is een gedeeld kompas nodig.
Nu is het moment
De conclusie van de bijeenkomst was helder: we weten al veel. We weten vaak ook waar het misgaat. De Friese BKNL helpt om die kennis te ordenen en te vertalen naar landschap, soorten, maatregelen en samenwerking.
Het rapport is naar verwachting de komende tien tot vijftien jaar bruikbaar als basis, maar de waarde zit vooral in wat er nu mee gebeurt. De kansen liggen er. Voor beleid, voor gebiedsprocessen, voor dorpen, voor erven en voor iedereen die zich betrokken voelt bij natuur en landschap in Friesland.
Basiskwaliteit klinkt misschien als het minimum. Maar zonder basis valt er weinig op te bouwen.
De bestanden zijn groot en daarom op dit moment alleen op aanvraag beschikbaar. Je kunt ze opvragen via info@landschapsbeheerfriesland.nl of info@altwym.nl.
Naar de Friese BKNL (lagere resolutie)
Deze samenvatting is met zorg opgesteld. Zie je iets dat niet klopt? Laat het ons weten door een mail te sturen naar info@fmf.frl.
Als FMF zetten we ons in voor een gezonde leefomgeving. Daar hoort natuurlijk ook gezonde voeding bij. Daarom konden we tijdens deze GroenLunch genieten van een heerlijke én gezonde lunch, verzorgd door Mama Mascha.