Verliefd op akkerdistels, automulchen, luie intuïtie en nashipeer

1 oktober 2018

Verliefd op akkerdistels, automulchen, luie intuïtie en nashipeer

Wouter van Eck en Pieter Jansen begonnen in 2009 aan een groot avontuur. Op een kaal maïsakker starten zij met het eerste echte voedselbos van Nederland. Inmiddels is het uitgegroeid tot 2,5 hectare eetbaar groen, waar niet op gemest en gespoten wordt. Met de deelnemers van de Werkplaats Voedselbossen gingen we op bezoek bij Wouter van Eck om inspiratie op te doen en hem het hemd van het lijf te vragen.

Wouter noemt zichzelf een boer. Zijn akker is echter niet zoals andere akkers. Voor het bos kunnen betreden volgt dan ook een korte introductie op de geschiedenis van het perceel. Duidelijk wordt dat Wouter heel goed gekeken heeft naar zaken als wind, hoogte, grondwater en bodem alvorens hij van start is gegaan. Zo heeft hij in samenwerking met het waterschap een deel van het perceel opgehoogd en een sloot juist stukken breder gegraven. Meer ruimte voor het water, maar op het verhoogde perceel daardoor ook meer wortelbare ruimte voor soorten die niet van natte voeten houden.

Tijdens de wandeling door het voedselbos vertelt Wouter dat er 45 variëteiten aan appelsoorten staan. Ook is er een schoolmoestuinplek waar de naburige schoolkinderen kunnen experimenteren. De kinderen zijn er een stuk drukker mee dan Wouter met het Voedselbos, vertelt hij lachend. Het Voedselbos zelf heeft niet veel onderhoud nodig. Laat de natuur oplossingen zoeken, dan komt het vanzelf goed.

Verliefd op akkerdistels

Zo vertelt hij onder andere over een rupsenplaag, waarbij zijn handen toch jeukten om groene zeep toe te passen. Door luie intuïtie, liet hij het echter even voor wat het was en losten vogels als de roodborsttapuit en bosrietzanger het probleem op. Ook vindt Wouter het niet nodig om te snoeien uit zorg voor schimmels. Dat gebeurde miljoenen jaren geleden ook niet. Hij vertelt over hoe zijn liefde groeide voor akkerdistels. Elke plant heeft namelijk zijn rol en taak in het voedselbos. De akkerdistels, door velen niet geliefd, is een echte pionier en helpt het voedselbos opbouwen. Na een jaar of 2 à 3 verdwijnt deze vanzelf (en neemt de brandnetel zijn plek over).

Zo leek de akkerdistel bij de aanplant van het voedselbos de bessenstruiken volledig te overwoekeren. Vanuit gewoonte begon Wouter toch met het verwijderen van de distels. De distels groeiden echter harder dan hij wieden kon, en hij beschouwde de bessenstruiken dan ook als verloren. “Maar alles wat niet houtig is, valt vanzelf naar beneden, dat noem ik ook wel auto-mulchen, en dat is heel goed voor de grond. Hierdoor komt er veel organisch stof in de bodem, wat deze gezond maakt.”

Toen de akkerdistel dan ook omviel in de herfst kwamen daar tot zijn verrassing prachtige bessenstruiken onder vandaan. Bessenstruiken houden immers van het bos! En omringd door de akkerdistels voelden die jonge struikjes zich dan optimaal. Ze bleken een stuk groter dan de struiken waarbij alle distels wel waren verwijderd.

Natuurlijke stikstofbemesting

Mesten is ook iets wat niet gebeurt in het voedselbos. De haag van Zwarte Elsen vervult hierbij een belangrijke rol. Wouter: “Die boom is dus geen egoïst. Hij houdt zijn voedingstoffen niet helemaal bij zich, want laat zijn blaadjes nog helemaal groen van de boom vallen. Ze waaien het hele bos door en werken samen met bacteriën in de bodem om stikstof te binden.” Zo zorgt de Elsenhaag niet alleen voor windbeschutting, maar ook voor stikstofbemesting.

Oogsten voor lokale horeca

Terwijl we wandelen door het voedselbos, komen we twee lokale bierbrouwers tegen van bierbrouwerij Nevel uit Nijmegen. Zij hebben berenklauwzaadjes en szechuanpeper geoogst, dat ze gebruiken in hun bier.  We mogen proeven van berenklauwzaadjes en de nashipeer. Vooral de berenklauwzaadjes zijn een bijzonder smaakervaring. Dat eten uit het bos lekker is, heeft ook chef-kok Emile van der Staak, van restaurant De Nieuwe Winkel in Nijmegen, ontdekt. Ook hij oogst elke week uit het voedselbos van Wouter. Zo oogst hij onder andere de jonge bamboescheuten, waardoor deze niet te weelderig gaan groeien. De gasten uit zijn restaurant kunnen op deze manier zo veel mogelijk de streek en het seizoen laten proeven.

Huiswerk: welke soorten mogen niet ontbreken in je voedselbos?

Behalve inspiratie opdoen, is het deze keer ook de taak aan de deelnemers van de Werkplaats Voedselbossen om met een lijst van soorten te komen, die niet mogen ontbreken in je voedselbos. We stellen deze vraag uiteraard ook aan Wouter. “Welke soorten niet mogen ontbreken in je voedselbos, hangt vooral af wat je doel is met het voedselbos”, zegt hij. Al lopend door het bos kan hij het toch niet laten enkele favorieten aan te duiden. Zijn laatste tip voor de deelnemers: “Vergeet de tijd niet mee te nemen als vierde dimensie in het plan voor je voedselbos!”.

In de bus terug naar het noorden, maken we – met alles wat we gehoord hebben in ons achterhoofd – een lijst van 86 soorten. Deze worden door de deelnemers verder uitgewerkt in handzame kaarten met kenmerken per soort. Een inspirerende en productieve én erg gezellige dag. Voor iedereen die eens een kijkje wil nemen in een echt voedselbos, is Foodforest Ketelbroek een echte aanrader. Je kunt Wouter van Eck mailen om een afspraak te maken: kenniscentrumvoedselbossen@gmail.com.

Fotoverslag