Ervaringsverhaal van Karst Breeuwsma; een juiste bodembalans in Aldeboarn-Boeren in Balans met het veen
Ervaringsverhaal van Karst Breeuwsma; een juiste bodembalans in Aldeboarn
Karst Breeuwsma runt een melkveebedrijf in Aldeboarn met 230 koeien op 110 hectare land. Zijn motivatie om deel te nemen aan het project ‘Boeren in Balans met het Veen’ komt voort uit zijn grote interesse in een gezonde bodem. Hij wil zijn land verbeteren zodat het water bij hevige regenval beter wordt afgevoerd en het gras in droge periodes langer blijft groeien door diepere wortelgroei.
Projectpagina Boeren in Balans met het veen
Eerdere experimenten
In 2019 begon Karst op eigen initiatief met het toepassen van eierschalen op zijn land om extra calcium aan de bodem toe te voegen. Eerder experimenteerde hij al met een mix van luzerne, klaver en gras, maar uiteindelijk bleef alleen het gras over. Het onderzoek van Boeren in Balans met het Veen kwam als geroepen om zijn zoektocht voort te zetten.
De verschillen tussen de testpercelen
Bij de start van het project in 2021 paste hij op het referentieperceel uitsluitend kunstmest toe, aangevuld met 30 kuub drijfmest per hectare. Op het proefperceel gebruikte hij geen kunstmest en slechts 15 kuub drijfmest. Ondanks deze verschillen zag hij weinig variatie in de opbrengst van droge stof. Tijdens kennisbijeenkomsten leerde hij dat de bodem slechts 15 tot 20 kuub drijfmest per hectare kan opnemen; de rest spoelt weg en gaat verloren. Dit inzicht bracht hem ertoe om zijn mestgift anders te benaderen.
Karst streeft ernaar om 15 tot 20 ton ruige mest per hectare toe te voegen, maar heeft momenteel slechts 5 tot 6 ton beschikbaar. Het idee achter het gebruik van ruige mest is dat het de wortelgroei bevordert. Bij een eerste meting door Peter Vanhoof bleek dat de wortels tot 30-40 cm diep groeiden, maar een vervolgmeting voor een exacte vergelijking is helaas nog niet uitgevoerd. Wel heeft hij zelf de schep in de grond gezet en zag hij inderdaad een wat hogere wortelactiviteit.
De voedingsketen in kaart brengen
Daarnaast werkt Karst met kaliumarm voer omdat er al voldoende kalium in zijn bodem aanwezig is. Een teveel aan kalium drukt de opname van magnesium, wat negatieve gevolgen heeft voor de bodemgezondheid. Hierbij maakt hij gebruik van Mulders Chart, een schema dat de interactie tussen verschillende voedingsstoffen in de bodem weergeeft. Hij heeft veel kennis over mycorrhiza, dit zijn nuttige schimmels die in symbiose leven met plantenwortels. Tarwe en suiker bevorderen de groei van deze schimmels, mits de bodem aan de juiste voorwaarden voldoet.
Interessante lessen over (kunst)mest
Het project heeft Karst veel nieuwe kennis opgeleverd, vooral door de gesprekken met andere deelnemers. Hoewel hij al goed geïnformeerd was, leerde hij bijvoorbeeld dat kunstmest niet per se de opbrengst verhoogt, maar wel bijdraagt aan een hoger eiwitgehalte in het gras. De kunstmest die hij gebruikt bevat geen zout, maar wel ureum. Hij ontdekte dat het strooien van ureum het meest effectief is tijdens lichte regenval, omdat de korrels dan oplossen en minder verloren gaan door gasemissie.
Eén van de meest verrassende momenten in het project voor Karst was een bijeenkomst met Peter Vanhoof, die diepgaand inging op het gebruik van mest. De inzichten die hij hier opdeed, past hij nu toe op al zijn percelen. Zo brengt hij minder drijfmest aan en verdeelt hij de toediening over het hele jaar, in plaats van alles vóór de eerste snee te gebruiken. Daarnaast wil hij 5 tot 10 ton ruige mest per hectare uitrijden, hoewel dit lastig is vanwege de beperkingen door de derogatie.
Laagdrempelig onderzoek
Voor het project trok Karst ongeveer een uur per week uit. Hij voerde zelf plantsapanalyses uit, met begeleiding en duidelijke protocollen. In het eerste jaar was hij zeer actief betrokken, maar in het tweede jaar nam zijn inzet iets af. De eerste twee jaren lag de focus op gras. In het derde jaar liet hij enkel koolzaad testen. Dit experiment was geen succes, omdat hij te veel had gestrooid. Hierdoor was de opbrengst niet geschikt als veevoer, omdat dit zou zorgen dat de melk een koolsmaak zou krijgen.
Karst vond de begeleiding en protocollen waardevol, vooral omdat ze ervoor zorgden dat alle deelnemers op dezelfde manier te werk gingen. Financiële bezwaren om deel te nemen had hij niet, maar hij merkte op dat er aanzienlijke budgetten beschikbaar zijn. Hij pleit ervoor om deelnemende boeren een vast bedrag toe te kennen voor het uitvoeren van maatregelen. Volgens hem zou de betrokkenheid van deelnemers verbeteren als de begeleiding actiever en meer sturend zou zijn. Drie jaar is een behoorlijke periode, maar niet lang genoeg om grote veranderingen te realiseren. Daarnaast merkte hij dat de motivatie afneemt zonder regelmatige ondersteuning.
Antwoorden op zijn zoektocht
Inmiddels heeft Karst meer antwoord op de vragen waar hij zijn zoektocht mee begon. Het toepassen van gips heeft hem zeker geholpen om de bodemstructuur te verbeteren, waardoor het gras langer doorgroeit in tijden van droogte. Daarom past hij deze maatregel de laatste jaren ook toe op zijn andere percelen. Ook gaat hij nu anders met zijn mestverdeling om. Als de bodemstructuur verder verbetert, zal dit op de lange termijn ook positief effect kunnen hebben op zijn land in natte periodes.
Plannen voor de toekomst
Voor toekomstige projecten is Karst vooral nieuwsgierig naar de relatie tussen kruiden en bodemgezondheid. Zo weet hij dat cichorei goed is voor schapen, en hij vraagt zich af of dit ook geldt voor koeien. Cichorei, een familielid van witlof, heeft een diep wortelstelsel en zou mogelijk de bodemstructuur kunnen verbeteren. Ook is hij benieuwd naar de invloed van smalle weegbree op de gezondheid van zowel de bodem als zijn vee. Wel benadrukt hij dat dergelijke experimenten de grasopbrengst niet mogen verminderen, aangezien hij nu al onvoldoende kuilvoer heeft en wat maïs moet bijvoeren.
Hij kan andere boeren zeker aanraden om ook zelf de schep in de grond te zetten en metingen uit te (laten) voeren. Hierbij is het wel belangrijk dat je door blijft gaan met de metingen voor het beste beeld. Om zijn kennis te delen, geeft Karst presentaties aan studenten van Van Hall Larenstein en bij bijeenkomsten zoals in het Biosintrum. Met zijn vrienden bespreekt hij zijn experimenten, hoewel zij vaak terughoudender zijn. Zo vonden ze het aanvankelijk vreemd dat hij gips op zijn land strooit.
Maar wanneer ze zien dat zijn grasveld er in droge periodes beter bij ligt, wekt dat toch hun nieuwsgierigheid.
Ben jij ook nieuwsgierig naar wat jij voor de Friese veenbodem kan betekenen? Lees meer over het project Boeren in Balans met het veen en de andere ervaringsverhalen.
Neem voor meer informatie over Boeren in Balans met het veen contact op met:

Katinka de Jong
Projectmedewerker