Ervaringsverhaal van Piet Visser: De bodem is onze toekomst – Boeren in Balans met het veen

Ervaringsverhaal van Piet Visser: De bodem is onze toekomst

Piet Visser heeft een melkveehouderij in Gaastmeer met 130 koeien in een veenweidegebied. Daarbij heeft hij 90 hectare ter beschikking, waarvan er ongeveer 30 hectare in natuurbeheer is. Deze combinatie past mooi in de bedrijfsvoering van zijn familiebedrijf dat inmiddels door de zoon is overgenomen.  

Projectpagina Boeren in Balans met het veen

Gangbaar mét weidevogelgebied

Een paar jaar terug kregen ze de kans om twee stukken land in beheer te nemen van zo’n 30 hectare in totaal. Op het land van Staatsbosbeheer zitten de strengste restricties. Daar mogen ze bijvoorbeeld geen kunstmest op gebruiken. De andere 15 hectare is van Stichting Rijke Weide Vogelfonds, ook dit land heeft mestrestricties en hier probeert hij zoveel mogelijk te beweiden.  

Door het beheren van deze stukken land kon hij eerder het effect van kunstmest weglaten al ervaren. Het onderzoek van Boeren in Balans met het Veen gaf hem de kans om de verschillen tussen wel of geen kunstmest ook met bodem- en grasmonsters te meten. Zoals Piet zelf aangeeft: “we zijn altijd nieuwsgierig ingesteld, en met zo’n onderzoek zit je er bovenop en krijg je toch meer mee.” 

Toegepaste maatregelen bij het onderzoek

Het proefperceel is 2 hectare groot en daar hebben ze tijdens het 3-jarige onderzoek geen kunstmest op gestrooid. Voor de rest hebben ze het proefperceel net zo gebruikt als het naastliggende perceel. En dat gaf hem ook de beste vergelijking om het verschil daartussen te zien. Ze hebben geen andere maatregelen toegepast tijdens het onderzoek en dat had hij achteraf gezien toch wel leuk gevonden. Hij had bijvoorbeeld nog het gewicht (droge stof) willen meten van de grasopbrengst. 

Opvallende resultaten

De proef was eigenlijk te kort, omdat ze drie hele verschillende zomers hebben gehad. Maar wat hem wel opviel is dat de smakelijkheid van het gras iets achteruitging op het proefperceel, nu ze daar geen kunstmest meer op strooien. De grasopbrengst viel hem echter mee. Tijdens de droge zomer groeide het proefperceel verhoudingsgewijs zelfs iets beter door dan het referentieperceel. De grond hield het vocht ook beter vast tijdens die droge zomer. Omdat er veel zouten in kunstmest zitten en zout droogt het land sneller uit. In de profielkuil die ze gegraven hadden kon hij dit verschil ook goed zien. 

Ook de grassapanalyses bevestigden de vochtverschillen. Het nitraatgehalte was tevens lager in het proefperceel. Voor de koeien en de melk is dat beter. Vooral in de herfst kan nitraat een probleem zijn bij meer regenval. Daarom waren ze benieuwd naar dit onderzoek, om te zien wat er gebeurt als je kunstmest geheel weglaat. Ze willen hierna nog kijken of ze andere gras- en kruidensoorten kunnen inzaaien, in combinatie met minder kunstmest. Daarvoor wil hij eerst uitzoeken welke planten geschikt zijn voor de koe en de bodem. Vlinderbloemigen kunnen bijvoorbeeld middels een symbiose met rhizobium-bacteriën stikstof uit de lucht halen en dit afgeven aan de plant. Waardoor ze minder stikstofuitstoot krijgen. Dit is iets waar ze in de toekomst graag nog naar willen kijken. 

Beweiden en plasdrasgreppels

Wat eventueel zou kunnen helpen tegen droogte op het land waar hij nu nog wel kunstmest gebruikt, is het toepassen van plasdrasgreppels. Op het land van de Rijke Weide Vogels liggen deze greppels ook. Dat is voor de kuikens goed, door de extra beschutting en door de extra insecten. Maar wellicht biedt het ook mogelijkheden voor het verhogen van vochtigheid van zijn overige stukken land. 

Ook ziet hij veel voordelen voor z’n grasmatten door extra te beweiden. Op de stukken land van Staatsbosbeheer en de Rijke Weide Vogels plaatst hij ieder jaar jongvee of drachtige pinken. Hij ziet dat daardoor de grasopbrengst verhoogd wordt, dat het land er ook beter van wordt en dat er meer vogels in komen. Hij laat daarbij alle hekken open en laat het land verder zoveel mogelijk met rust. Ook het overige land beweidt hij maximaal. Voor weidemelk moeten de koeien minimaal 120 dagen buiten staan, maar hij laat ze waar mogelijk zelfs 160 dagen buiten.  

Waterpeil in veengebied

Ze doen op dit moment ook mee aan een project waarbij er wordt gekeken naar het waterpeil op veengebied en de effecten als je het waterpeil verhoogt. Hij wil graag weten wat de draagkracht en opbrengst van het land is als je het waterpeil aanpast en wat dit doet met het rendement van zijn bedrijf. Ze doen wel eens vaker mee met onderzoeken en scoren meestal hoog op bodemleven ten opzichte van vergelijkbare bedrijven. Hij is sowieso zuinig met z’n land en let erop om er niet te veel op te rijden met zware machines.  

Plannen voor de toekomst

Het onderzoek was eigenlijk te kort om antwoord te krijgen op al zijn vragen. Maar voorlopig blijven ze doorgaan met het weglaten van kunstmest op het proefperceel, omdat hij nieuwsgierig is naar de resultaten op de lange termijn. Ze kunnen deze mestaanpassingen helaas nog niet toepassen op alle percelen, want dan krijgen ze te weinig ruwvoer uit hun bedrijf, aangezien de totale grasopbrengst op het proefperceel verhoudingsgewijs toch wel lager is. Daar zoekt hij nu nog een oplossing voor. 

Het liefst zou hij stalmest gebruiken als compost voor het land, maar dat is nog niet mogelijk omdat hij meer moet afvoeren dan hij mag hergebruiken. Maar ze zijn wel bezig om steeds minder kunstmest te gebruiken, en steeds meer hun eigen mest in te zetten. Ook wil hij graag weten hoe hij de kwaliteit van de mest nog kan verbeteren. Dat zit gedeeltelijk in de voeding, maar ook in de wijze van bewaring van de mest. Daar heeft Peter Vanhoof uit Vlaanderen een seminar over gegeven tijdens het onderzoek. Die legde uit dat als je in de winter bepaalde dingen toevoegt aan de mest dat je daardoor een betere omzetting krijgt en een betere benutting hebt van de mest. 

Het meest waardevolle aan het onderzoek

Wat Piet het meest waardevol vindt aan dit project is “dat je even met de neus op de feiten wordt gedrukt en dat je er meer over na gaat denken.” Hij vond het ook heel prettig om met mensen te kunnen spreken die er deskundig naar kunnen kijken. Dat heeft zijn blik op het bodemleven zeker verbreed. Zijn aanbeveling voor collega’s zou zijn: “doe vooral eens een keer mee aan dit soort proeven. Want je krijgt nooit beter zicht op resultaten dan wanneer je er zelf aan meedoet.”  

Hij vindt het belangrijk dat melkveehouderijen in de toekomst meer met hun grond gaan doen. Om ook te kijken naar het bodemleven en niet alleen naar de verzorging van de koeien. Daar valt nog veel winst uit te halen voor zijn sector. “Een akkerbouwer is veel zuiniger op zijn grond dan een melkveehouder. En daar moeten wij ook heel zuinig op worden. De bodem is onze toekomst.” 

Neem ook eens een kijkje op de website van familie Visser via www.aldwar.nl/boerderij  

Ben jij ook nieuwsgierig naar wat jij voor de Friese veenbodem kan betekenen? Lees meer over het project Boeren in Balans met het veen en de andere ervaringsverhalen.

Neem voor meer informatie over Boeren in Balans met het veen contact op met: