Ervaringsverhaal van Ysbrand Galama: weidevogelboer in It Heidenskip - Boeren in Balans met het veen

Ervaringsverhaal van Ysbrand Galama: weidevogelboer in It Heidenskip

In het Friese Heidenskip heeft Ysbrand Galama het melkveebedrijf van zijn ouders overgenomen. Hij deed voor de Rijksuniversiteit Groningen al jaren onderzoek naar weidevogels in ZW-Friesland. En is benieuwd hoe hij zijn bedrijf zodanig biologisch kan extensiveren dat er ruimte ontstaat voor vogels, koeien en de natuur.  

Projectpagina Boeren in Balans met het veen

 

Van gangbaar naar biologisch

Voorheen was het een gangbaar melkveebedrijf, dus er waren meerdere maatregelen nodig om de gewenste stap naar biologisch te kunnen maken. Het onderzoek van Boeren in Balans met het Veen was daarbij een mooie aanvulling om uit te kunnen zoeken op welke wijze hij anders om kan gaan met mest op zijn land. Uiteindelijk heeft hij de omschakeling naar biologisch in 1,5 jaar kunnen maken.   

Om biologisch te kunnen worden moest hij onder andere van kunstmest afstappen. Ook doet hij mee aan een extensiveringsregeling waardoor hij 10 koeien moest verkopen om van 170 naar 140 kg/n per ha productie te gaan. Die stappen zijn inmiddels gezet. Hij had 70 koeien, dat zijn er nu 52 en ze hebben alle ruimte om voldoende ruwvoer van het land te kunnen halen. En zijn land ligt er mooi bij. 

Toegepaste maatregelen bij het onderzoek

Op het proefperceel is hij vooral gaan experimenteren met een andere vorm van bemesting. Zo heeft hij lichter bemest op het proefperceel (15 ton per hectare) en 25 ton op het referentieperceel. Ook heeft hij 2 ton eierschalen per hectare op het proefperceel aangebracht voor een goede calcium-/ magnesiumbalans. Op het referentieperceel is niks aangebracht. Verder heeft hij beide kanten beweid en kunstmest weggelaten, om sneller op biologisch over te kunnen stappen.  

Het liefst wilde hij nog méér maatregelen toepassen. Zo heeft hij zelf nog gekeken naar Agricyling, voor eventuele mogelijkheden om snoeiafval van natuurbeheerders te gebruiken als vervangende meststof. Dit vindt hij een topprincipe, maar hij had nog geen tijd en ruimte om het toe te passen. Wel verwerkt hij het riet van een poel in de buurt, dat gehakseld wordt en hij over het land uitrijdt. 

Opvallende resultaten

Op het oog kon hij zien dat het proefperceel al snel meer bloemen kreeg en een grotere variatie aan bloemen had, met name meer paardenbloemen. Het referentieperceel gaf echter een hogere grasopbrengst. Omdat hij nu minder koeien heeft, is de lagere grasopbrengst op zich geen probleem.  

Ook zijn er plantsapanalyses uitgevoerd om met metingen eventuele verschillen aan te kunnen tonen. Daarbij waren er met name stikstofverschillen meetbaar door minder bemesting, wat een positief resultaat is voor het milieu.  

Daarnaast is gekeken naar het bodemleven en de vochtigheidsgraad. Toen hij een schep in de grond zette, was de verbetering op dat vlak nog minimaal. Het land was bijna aldoor droog. Hij kon tijdens het onderzoek zelf geen overtuigende verschillen in de bodem ontdekken. Dit geldt zowel voor het proefperceel als het referentieperceel. Daarom heeft hij na het onderzoek grotere maatregelen toegepast zoals de mest boven de grond verspreiden.  

Aanvullende maatregelen

De grootste verandering die hij gemaakt heeft, is om af te stappen van mestinjectuur. Want dat is voor een volledige biologische bedrijfsvoering een probleem. Hij wilde graag meer mest uitrijden boven de grond, dat is het beste voor de vogels en voor de bodem. Met tragere meststof hebben de vogels tevens langer plezier van het land. Voor meer stalmest houdt hij jongvee nu lang op stro.  

Hij merkt dat zijn land hier enorm van opgeknapt is. Uitrijden mag alleen als je aan bepaalde voorwaarden voldoet en is mest- en grondsoort afhankelijk. Zo moet hij qua ureumwaarde onder de 20 zitten. Door alle maatregelen die hij inmiddels heeft toegepast, zit hij eerder op waardes van 10-14. Dus ruim eronder. Boven bepaalde waardes is injecteren nog verplicht om de ammoniakemissie in de lucht te verminderen. Maar uitrijden is zeker mogelijk in combinatie met gangbaar boeren zoals hij vooraf al deed. 

Wat hij nog meer doet voor de natuur

Naar aanleiding van het onderzoek past hij nu minder mest per keer toe, hij mengt er ook water bij en hij zorgt ervoor dat hij het land extra bekalkt. Wat betreft het veevoer probeert hij de koeien vooral minder eiwit te voeren en het ureumgehalte in hun mest omlaag te brengen. Tot nu toe lukt dit aardig, door het weglaten van kunstmest en door het voeren van junigras. Maar de grootste stap is de nieuwe wijze van mestverspreiding. Na 2 jaar merkt hij zo’n groot verschil in bodemleven. Het land staat vol met bloemen, het ligt er prachtig gekleurd bij. Hij wil zeker niet terug naar hoe het was. 

Voordat hij het bedrijf overnam was hij al actief in zijn dorp met weidevogelprojecten in het dorp. Hier heeft hij tevens een biodiversiteitsprijs mee gewonnen. Hij had vooraf dus al de nodige kennis en geeft 4-5x per jaar lezingen over weidevogels. Op die lezingen zijn vaak boeren aanwezig waar hij zijn ervaringen graag mee deelt. “Ik wil mensen die wat meer voor de natuur willen doen inspireren en een mogelijke weg laten zien, op een positieve manier.” 

Wat het project hem tot nu toe heeft opgeleverd

Het onderzoek heeft Ysbrand met name geholpen om met meer kunde te kunnen starten met het verbeteren van de bodem en de mestkringloop. Hij verwacht dat hij de rest vooral met ervaring zal leren. Hij hoopt op de lange termijn nóg meer verschillen te zien in het bodemleven.  

De omschakeling tot een volledige biologische bedrijfsvoering is hem inmiddels zelf gelukt. Hij zou in de toekomst echter graag meer advies, subsidies en begeleiding vanuit de overheid willen zien voor boeren. Zodat ook zij die stap makkelijker kunnen maken. Hij heeft nu het meeste zelf uitgezocht, en flink geïnvesteerd. Maar hij heeft hier bewust voor gekozen vanwege de meerwaarde voor zijn bedrijf en voor de natuur op de lange termijn. “Je moet er dus echt passie voor hebben.” De meeste tijd ging zitten in papierwerk, maar daar zat hij vanwege de overdracht toch al in, dus hij dacht “dan kan dat er nog wel achteraan.” Ook moest hij 1,5 jaar wachten voor hij de melk biologisch mag aanbieden. Al met al was hij er eerder klaar voor. Maar hij heeft flink doorgezet en met een mooi resultaat. 

Wat hij andere boeren wil meegeven die nadenken over de omschakeling naar biologisch, “is dat iedere verandering in het begin eng is, hoe klein of hoe groot ook.” Maar als de gedachte er is, dan is er ergens ook een wens. Zoals hij zelf adviseert: “Als je iets wil, doe het gewoon. Laat je niet door angst weerhouden. Als je er echt voor gaat, komt het vanzelf goed.” 

 

Lees ook deze aanvullende artikelen over Ysbrand’s reis naar verduurzaming: 

Ben jij ook nieuwsgierig naar wat jij voor de Friese veenbodem kan betekenen? Lees meer over het project Boeren in Balans met het veen en de andere ervaringsverhalen.

Neem voor meer informatie over Boeren in Balans met het veen contact op met: